Nieuwe regels auteursrecht
Leestijd: 4 minuten

Op 7 juni 2021 zijn er nieuwe regels in het auteursrecht in werking getreden. Dit is het gevolg van de nieuwe Europese auteursrechtrichtlijn. Het primaire doel is om de verschillen tussen de wetgeving van de Europese landen te minimaliseren. Daarnaast is de digitale wereld natuurlijk volop in ontwikkeling en de nieuwe regels moeten hierbij beter aansluiten. Vergeleken met 20 jaar geleden (zo oud is immers al de reeds bestaande wetgeving omtrent het auteursrecht) is er ontzettend veel veranderd. De nieuwe regels zijn dan ook een aanvulling op de al bestaande Auteurswet.

Er is online ontzettend veel mogelijk; zo kunnen er video’s, teksten en vlogs worden gecreëerd om vervolgens online te worden geplaatst op bijvoorbeeld Youtube of Facebook. Deze creatieve werken kunnen zo over de hele wereld worden bekeken. Ook boeken en krantenartikelen kunnen digitaal worden gelezen en zelfs festivals vinden tegenwoordig online plaats (bijvoorbeeld gedurende de coronacrisis). Digitale technologie maakt het dus eenvoudiger om creatieve inhoud beschikbaar te stellen, waarmee een groter publiek kan worden bereikt.

Anderzijds brengt het ook nadelen met zich mee. Om maar een voorbeeld te geven: juist doordat het zo eenvoudig is om allerlei data en creatieve inhoud online te plaatsen, kan het voorkomen dat inbreuk wordt gemaakt op het auteursrecht van derden. Denk bijvoorbeeld aan het geval waarin een persoon een afbeelding waarop auteursrecht rust op Facebook plaatst, terwijl hij/zij daar eigenlijk niet toe gerechtigd was. Toestemming is het element dat hierbij (vaak) ontbreekt.

De nieuwe regels proberen onder meer om makers en rechthebbende van digitale inhoud beter te beschermen. In dit artikel zullen wij dan ook de belangrijkste nieuwe regels toelichten.

Extra bescherming persuitgevers

Krantenartikelen worden dagelijks continu door iedereen online geplaatst op bijvoorbeeld Twitter, Facebook of Google News.

Door de nieuwe regels mag een (digitaal) krantenartikel- of nieuwsbericht niet meer zonder toestemming van de rechthebbende op een digitale nieuwsservice worden geplaatst. Sterker nog, degene die het wil plaatsen moet niet enkel toestemming verkrijgen, maar ook een vergoeding aan de maker of rechthebbende betalen.

Deze bescherming geldt voor één jaar nadat deze digitale inhoud openbaar is gemaakt. Hierop is wel een uitzondering gemaakt. Deze bescherming geldt namelijk niet voor kleine stukken tekst (losse woorden of zeer korte fragmenten) of voor hyperlinks waarmee internetgebruikers worden doorverwezen naar een specifiek stuk.

De aanbieders van onlinediensten

Een volgende grote verandering is dat de nieuwe wetgeving aanbieders van onlinediensten – zoals YouTube en Facebook – aanmerkt als openbaarmakers van uploads van gebruikers op hun platform. Dit heeft tot gevolg dat ook zij nu toestemming nodig hebben van de rechthebbende om content online beschikbaar te laten stellen.

Mensen die gebruik maken van deze onlinediensten uploaden constant van alles, waaronder illegale content. De onlinediensten zijn door de nieuwe wetgeving verantwoordelijk voor de content die op hun platforms wordt geplaatst, en krijgen hierdoor een  grotere rol om illegale content te verwijderen.

Ook dienen zij toestemming van de rechthebbenden of makers van de digitale content te krijgen, en hiervoor een vergoeding te betalen. Indien er (nog) geen toestemming is verleend, dienen de onlinediensten gebruik te maken van een uploadfilter.

Filteren is eigenlijk een online check (vergelijkbaar met een plagiaatcheck) waarbij er wordt gekeken of er op het materiaal – zoals een afbeelding of een stuk tekst – geen auteursrecht rust.

Maar dit filteren komt niet zonder nadelen. Het is niet alleen duur, maar ook niet altijd toepasbaar voor ieder situatie. Een uploadfilter is namelijk software, die uiteraard niet altijd zonder gebreken werken.

Denk bijvoorbeeld aan de paradoxie-exceptie en het citaatrecht, die een uitzondering bieden op bescherming van het auteursrecht waardoor geen toestemming vooraf hoeft te worden gevraagd. Hierbij is het probleem dat een uploadfilter niet altijd juist kan beoordelen of bijvoorbeeld een afbeelding onder één van deze twee uitzonderingen valt; het kan dus voorkomen dat de uploadfilter (onterecht) beoordeeld dat vooraf toestemming nodig is om de afbeelding online te plaatsen, terwijl er eigenlijk sprake is van de parodie-exceptie.

Vergoedingen voor uitgevers

Hoewel uitgevers voorheen ook al recht hadden op een vergoeding bij het foto- en privé kopiëren, werd dit een tijdje terug van de baan gehaald door het Hof van Justitie. Dit is nu terug ingevoerd.

Transparantieplicht

Makers van digitale inhoud geven vaak hun rechten in licentie aan gebruikers of dragen hun rechten over aan derde partijen (exploitanten). Bij de overdracht van rechten aan exploitanten, zoals platenmaatschappijen of uitgevers, is het doel dat deze partijen het werk exploiteren onder het publiek.

Onder de nieuwe regels geldt voor exploitanten nu ook een transparantieplicht. Dit betekent dat een exploitant de maker moet informeren over de exploitatie van het werk, de gegenereerde inkomsten en de te betalen vergoedingen.

Ruimere mogelijkheid tot gebruik van beschermd materiaal

Hoewel het begrip toestemming van de rechthebbende juist centraal staat bij de nieuwe regels, is er in een aantal gevallen juist geen toestemming meer vereist. Dit is namelijk het geval bij tekst en datamining (TDM), het onderwijs en cultureel erfgoedinstellingen.

Tekst en datamining

Door de nieuwe regels is het gebruik van digitaal beschermd materiaal voor onderzoeksdoeleinden ook beter toegankelijk. Onderzoekers hoeven voortaan geen toestemming meer aan rechthebbenden van auteursrechtelijk beschermde tekst te vragen.

Tekst- en datamining is het geautomatiseerd doorzoeken van ongestructureerde tekst, beeld, geluid of data in databanken om bepaalde nieuwe verbanden en patronen te ontdekken. Dit is een werkwijze die bijvoorbeeld wordt gebruikt bij medische onderzoeken naar geneesmiddelen en ziekten.

Onderwijs

In geval van digitaal onderwijs wordt het lesgeven beperkt indien constant om toestemming voor het gebruik van bepaald materiaal gevraagd moet worden. Daarom is het niet meer nodig om toestemming te vragen voor auteursrechtelijk beschermd materiaal, indien dit openbaar wordt gemaakt in de klas of in besloten netwerken waar enkel de docenten en de studenten toegang tot hebben (bijvoorbeeld digitale leeromgeving).

Behoud van cultureel erfgoed

Door de nieuwe regels mogen cultureel erfgoedinstellingen, zoals musea, bibliotheken en archieven, al het digitaal beschermd materiaal dat zij in bezit hebben, online beschikbaar stellen zonder toestemming aan de rechthebbende te vragen. Voor de invoering van de nieuwe auteursrechtregels gold al dat alles wat zij op papier hadden mochten digitaliseren zonder daarvoor toestemming van de rechthebbenden te verkrijgen.

Conclusie

Concluderend bieden de nieuwe regels van het auteursrecht dus meer bescherming voor rechthebbenden en makers van digitale content, en krijgen online aanbieders van internetdiensten meer verantwoordelijkheid om illegale content van hun platforms te weren, en indien nodig te verwijderen. Daarnaast worden de regels in verschillende situaties versoepeld, zoals bij het gebruik van beschermde content in de digitale schoolomgeving. Dit bevordert juist het onderwijs. Kortom: de regels sluiten beter aan op de groeiende digitale wereld waarin wij momenteel leven.

Geschreven door Anouk, Legal Team