De partijbedoeling is niet (meer) relevant bij beoordeling arbeidsovereenkomst
Leestijd: 2 minuten

De vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst is niet in alle gevallen eenvoudig te beantwoorden. Op 6 november 2020 heeft de Hoge Raad een baanbrekend arrest gewezen over de kwalificatie van de arbeidsovereenkomst. Anders dan in de voorgaande jaren het geval was, speelt de bedoeling van de partijen geen rol meer bij de beantwoording van de vraag of een overeenkomst gekwalificeerd kan worden als een arbeidsovereenkomst, of als een overeenkomst van opdracht. In deze blog gaan wij verder in op de uitspraak.

Kwalificatie van de overeenkomst

Om een overeenkomst te kwalificeren als een arbeidsovereenkomst is volgens de wet minimaal vereist dat sprake is van 1) arbeid, 2) loon en 3) een gezagsverhouding. In het arrest overweegt de Hoge Raad dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst wanneer de inhoud van een overeenkomst voldoet aan voornoemde wettelijke vereisten. Hierbij is niet (meer) van belang of de partijen daadwerkelijk de bedoeling hadden om een arbeidsovereenkomst te sluiten.

De Hoge Raad voegt hieraan toe dat de kwalificatie van de overeenkomst moet worden onderscheiden van de – daaraan voorafgaande – vraag welke rechten en verplichtingen tussen de partijen bestaan. De rechter zal de overeenkomst eerst moeten uitleggen en aan de hand daarvan de rechten en verplichtingen van de partijen vaststellen. Vervolgens kwalificeert hij de overeenkomst door te beoordelen of de overeenkomst voldoet aan de kenmerken van de arbeidsovereenkomst zoals opgenomen in de wet.

Uitleg van de overeenkomst

De Hoge Raad overweegt dat de rechter de overeenkomst dient uit te leggen aan de hand van de zogeheten Haviltex-maatstaf, dit in tegenstelling tot de kwalificatie van de overeenkomst. Bij de uitleg van de overeenkomst wordt door de rechter niet alleen gekeken naar de tekst van de overeenkomst. Alle omstandigheden van het geval zijn relevant, en dus ook de manier waarop feitelijk uitvoering wordt gegeven aan de overeenkomst én de bedoeling van de partijen.

Dit wijst erop dat de bedoeling van de partijen weliswaar bij de kwalificatie van de overeenkomst niet langer relevant is, maar in de praktijk nog wel een rol kan spelen bij de uitleg van een overeenkomst en het vaststellen van de rechten en verplichtingen tussen de partijen.

Gevolgen voor de praktijk

Om te voorkomen dat sprake is van een (verkapte) arbeidsovereenkomst, wordt vaak in overeenkomsten van opdracht tussen een opdrachtgever en een ZZP’er een bepaling opgenomen die regelt dat partijen niet de bedoeling hebben om een arbeidsovereenkomst aan te gaan. Maar de partijbedoeling bij de kwalificatie van de overeenkomst speelt door deze uitspraak geen rol meer. De nadruk komt nu dus meer te liggen op de wijze waarop partijen zich in de praktijk gedragen.

Het blijft derhalve van belang dat u duidelijke afspraken maakt en de juiste overeenkomsten sluit met uw wederpartij. Young Law heeft gespecialiseerde juristen die de arbeidsovereenkomsten en overeenkomst van opdracht voor u kunnen opstellen. Onze juristen zullen controleren of uw documenten juridisch kloppend zijn, en zij zullen op- of aanmerkingen geven indien een en ander beter kan of aangepast dient te worden.

Heeft u verdere vragen of gewoon interesse? Dan kunt u uiteraard contact met ons opnemen via de telefoon (+31 (0)85 065 47 37) of een e-mail sturen naar contact@younglaw.nl.

Geschreven door Ilona, Legal Team